Recept/DIY: Zelf vanillesuiker maken

Als ik met vanille kook of bak, doe ik dat het liefst met èchte vanille. Dat smaakt gewoon stukken lekkerder dan wat je kant-en-klaar in de supermarkt kunt krijgen en ik vind die donkerbruine spikkeltjes in je gerecht er altijd lekker ambachtelijk en vooral heel smakelijk uitzien!

Zelf vanillesuiker maken

Zelf vanillesuiker maken is hartstikke lekker en helemaal niet lastig. Het enige wat je nodig hebt is een luchtdicht potje, vanillestokje(s), gewone suiker en een beetje geduld.

Voordeel van zelf vanillesuiker maken is buiten dat het gewoon heel erg lekker is, ook nog eens dat je papier en plastic bespaart. Als je veel bakt, zoals ik, gaat er best wat afval doorheen met alle individueel verpakte zakjes, die dan ook nog eens in een plasticje gewikkeld zijn. Zodra je eenmaal een potje hebt gemaakt, kun je deze altijd weer aanvullen met nieuwe suiker en nieuwe stokjes en kun je het, mits je het koel en droog bewaart, ook superlang bewaren.

Vanillesuiker kun je in een heleboel bakrecepten terugvinden, maar je kunt het ook in plaats van gewone suiker gebruiken in desserts, baksels, in de koffie/thee of bijvoorbeeld op fruit! En oh ja, je suiker wordt mogelijk op een bepaald moment een beetje bruin, dat is juist een goed teken!

Er zijn twee manieren om dit te doen. Manier één is met verse vanillestokjes en direct het begin van je fantastiche vanillesuiker-reis. Manier twee kun je eindeloos herhalen na het volgen van stap één. Dat is namelijk gewoon het toevoegen van lege peultjes aan de suiker.

Je hebt ongeveer 1 vanillestokje per ~250 gram suiker nodig. Meer (of minder) kan ook, dan versnelt (of vertraagt) alleen het proces van het opnemen van de smaak. Inmiddeld zit mijn potje suiker ook al redelijk vol; je kunt echt nooit genoeg vanillestokjes hebben.

Vanillesuiker maken van verse vanillestokjes:

  1. Snij een vanillestokje door de lengte open.
  2. Schraap de binnenkant er uit en meng dit door de suiker.
  3. Doe het lege peultje ook in de suiker.
  4. Sluit het potje af en laat het zo’n 2-3 weken staan.
  5. Schud, schep of roer af en toe even door zodat de smaak goed verdeelt over al het suiker.

Als je ergens anders vanillestokjes voor gebruikt, gooi je lege stokje dan niet weg! Gebruik dan je vanillestokje volgens het recept (wanneer je hem hebt laten weken of in iets nats hebt gebruikt, laat je ‘m eerst goed drogen) en dan kun je je lege vanillepeul toevoegen in de suiker.

Bewaar de pot goed afgesloten op een koele plek (hoeft niet in de koelkast, maar niet in de hete zon) en je kunt onbeperkt van je vanillesuiker genieten! Je kunt nieuwe suiker toevoegen aan de bestaande pot om de vanillesuiker aan te blijven vullen. Zie ook mijn tips hieronder!

Tips:

  • Ik heb mijn eerste potje in laagjes gebouwd; Dus een beetje suiker, peultje, meer suiker, peultje… Als je namelijk veel suiker hebt kan het moeilijk zijn het peultje er nog tussen te friemelen.
  • Hoe langer je het laat staan, hoe sterker de smaak.
  • Als je nieuwe suiker in de pot mengt, meng het dan even door met de suiker die er al in zit. Probeer om tijdig bij te vullen zodat je het niet te veel verdunt!
  • Lekker om mee te bakken, in de koffie/thee, door de yoghurt etc.

De amandelspijs blogpost (met recept)

Banketstaven en gevulde speculaas zijn wel twee van mijn favoriete treats in de Decembermaand. Dat komt natuurlijk vooral door het amandelspijs wat er in zit. Amandelspijs zat voor mij altijd in de categorie “te ingewikkeld” en als ik het gebruikte kocht ik dan ook vaak de voorverpakte versie uit de winkel. Is het nu echt zo lastig om amandelspijs zelf te maken? Is het de tijd en kosten waard? Wat is het verschil tussen zelfgemaakt en gekochte amandelspijs? In deze blogpost geef ik je het antwoord op al deze vragen, plus… het recept om zelf amandelspijs te maken!

Read more

De grote fruit rijpheids blogpost

De afgelopen tijd ben ik in fruit en rijpheid gedoken. Niet letterlijk trouwens, dat zou een beetje vreemd zijn, maar wel in de theorie. In deze post geef ik antwoord op een aantal vragen om je wat meer te leren over fruit, rijpheid en hoe je het beste bepaalde dingen kunt doen. Ik vertel je hoe je fruit sneller kunt laten rijpen, wélk fruit je nog kunt laten rijpen (dat gaat namelijk niet bij al het fruit) en hoe je eigenlijk weet dat fruit rijp is.

Read more

Baktip: Hoe krijg ik bananen snel rijp?

Bananenbrood is een super goede manier om overrijpe bananen die eigenlijk te ver zijn om zo uit het vuistje te eten op te maken. Maar, stel je voor: Je staat in de winkel, ziet de bananen liggen en krijgt immens trek in bananenbrood. Of stel je voor dat je een recept hebt gevonden voor overheerlijk gezond en smeuïg kiwi-bananenbrood dat je gewoon echt moét maken… *kuch* – Dan heb je natuurlijk geen zin om te wachten totdat die verse bananen rijp zijn geworden!

Vandaag vertel ik jullie een trucje om heel snel bananen rijp genoeg te krijgen om zonder problemen heerlijk mee te bakken. Aan het eind van dit artikel deel ik trouwens ook nog een tip om groene bananen sneller geel / rijper te krijgen.

Read more

Een ode aan zout

Zout. Iedereen heeft het in zijn keukenkastje staan. Je kunt het, vaak samen met peper, bij het koken aan bijna alle gerechten toevoegen om de smaak te versterken. Aardappels, groente, vlees… Volgens het Voedingscentrum krijgt 85% van de Nederlandse bevolking te veel zout binnen. Te veel zout is slecht voor je bloeddruk en kan onder andere leiden tot hart-, vaat- en nierziekten. Deze alarmerende constatering is dus ook zeker niet iets om te negeren en ik zal zeker niet ontkennen dat het belangrijk is om op je zoutinname te letten.

Mede om deze reden en het feit dat kant en klare voedingsmiddelen vaak onnodig bomvol zitten met zout, is zout de laatste tijd nogal vaak slecht in het nieuws geweest. Zout heeft daardoor in mijn ogen een beetje ten onrechte een slechte reputatie gekregen, dus wil ik eigenlijk even stilstaan bij het toffe van zout. Sterker nog, deze blogpost is eigenlijk min of meer een ode aan zout. Want zout is met recht een wondermiddel met een hele boel verschillende functies. Lees maar eens mee wat zout allemaal kan doen!

Zout conserveert

Ze wisten het heel lang geleden al; Zout kan gebruikt worden om eten langer te kunnen bewaren. Al voordat de koelkast bestond gebruikten mensen zout om hun vlees langer te kunnen bewaren. Dit effect komt doordat zout vocht aantrekt, en vocht nodig is voor de groei van schadelijke microben en bacteriën. Daarbij kunnen een heleboel van deze ziekteverwekkers sowieso gewoon niet groeien in een te zoute omgeving.

Zout verbetert textuur

Zout verstevigt deeg door een samenwerking aan te gaan met de gluten. Zonder zout zou je dus gaten in je brood krijgen, heel belangrijk dus! Ook voor het maken van kaas en sommige soorten vlees speelt zout een belangrijke rol door het gelatineren van de proteïnen, en zo te zorgen dat de kaas of het vlees stevig genoeg is.

Zout is een smaakversterker

Zoals ik al eerder aanhaalde is zout een smaakversterker. Dit geldt, bij gebruik met mate(!), voor zowel hartig als zoete gerechten. Zout is vaak mijn geheime, niet zo geheime ingrediënt bij het bakken. Als je net met bakken begint, zeker als je iets zoets aan het bakken bent, klinkt het misschien een beetje raar om zout aan je recepten toe te voegen. Ik deed het in het begin ook nooit, totdat ik me wat meer ging verdiepen in het bakken en er achter kwam dat zout ook juist zoete smaken versterkt.

Dat betekent niet dat het leegstrooien van je zoutvaatje in je deeg ineens wonderkoekjes gaat produceren, maar wel dat een klein beetje zout toevoegen de smaken van je gerecht naar buiten kan brengen. Om het iets meer richting te geven: Vaak is een kwart van een theelepeltje genoeg om je smaken op te laten leven zonder dat je gerecht ineens zout gaat smaken. Probeer ook eens wat zout op vers fruit!

Zout gaat ‘nare’ smaken tegen

Buiten het versterken van smaken, kan een beetje zout ook helpen bij het verbeteren van smaken die over het algemeen niet als heel positief worden ervaren. De olie-achtige smaak van boter wordt bijvoorbeeld stukken minder wanneer je zout toevoegt. Ook zorgt zout er voor dat bittere smaken wat worden verzacht. Een welkome toevoeging voor sommige groenten en olijven.

Zout maakt mooi

Helaas bedoel ik hier niet ons mensen mee, maar zout maakt mooi. Bij vlees welteverstaan. Zout zorgt er namelijk voor dat veel vleessoorten niet grijs en grauw worden, maar mooie felle kleuren behouden. Dit geldt voor zowel toegevoegde, kunstmatige kleurtjes als kleuren die van nature voorkomen.

Dus… Wat ik eigenlijk wilde zeggen: Geniet, maar zout met mate. Te veel zout is zeker slecht, maar toch mag dit wondermiddeltje best eens in een positief daglicht worden gezet. En maak je de volgende keer koekjes, cake, cupcakes, misschien wel een cheesecake? Voeg dan eens een klein snufje zout toe!

Recept omrekenen naar grotere/kleinere bakvorm

Soms kom je recepten tegen waar een andere maat bakvorm wordt gebruikt dan dat je misschien in de kast hebt liggen. Ik heb een heel krat vol met bakblikken, maar toch overkomt het mij ook nog vaak genoeg dat ik niet de maat heb die er in een recept gezocht wordt. Het kan dan handig zijn om het recept om te rekenen naar jouw formaat bakvorm. Soms lijkt het verschil wanneer je twee vormen naast elkaar hebt niet zo heel groot, maar maakt dit uiteindelijk – na het omrekenen – best wel een redelijk verschil.

Op zich hoef je een recept niet per se om te rekenen

Je kunt vaak prima een recept in een andere maat bakvorm bakken zonder dat er wat geks gebeurt. Het is alleen zo dat wanneer je een kleinere bakvorm gebruikt dan uit het recept, je baksel hoger wordt dan wanneer je deze in een grotere vorm zou bakken. Hetzelfde geldt andersom voor het gebruiken van een grotere vorm, dan wordt je baksel gewoon iets lager dan het baksel uit het recept. Let wel dat een lagere cake ook sneller gaar is (en andersom), dus bak je baksel in dat geval in eerste instantie iets korter. Je kunt altijd nog baktijd toevoegen, maar een verbrande cake kun je helaas niet meer ongedaan maken! Bij een kleinere bakvorm is het opletten geblazen dat je je bakvorm niet te vol gooit, anders rijst je baksel letterlijk de pan uit. Vuistregel is dat je een bakvorm tot ongeveer 2/3 veilig kan vullen.

Als je wel besluit om om te rekenen, bijvoorbeeld omdat je gewoon graag wilt dat je baksel even hoog wordt als het recept, kun je de volgende rekensom gebruiken. Geloof me, het is makkelijker dan je zou denken!

Ronde bakvormen

Neem de straal van je bakvorm. De straal is de diameter gedeeld door twee. Vaak staat de diameter van een bakvorm op de bodem. Zo niet, kun je over het midden van de bakvorm met een meetlint meten wat de diameter is. Eigenlijk vermenigvuldig je met pi, maar als je dat handiger vindt of de rekenmachine die je gebruikt geen pi tekentje heeft, kun je ook gewoon 3,14 gebruiken.

Dus, eerst meten we de oppervlakte van beide bakvormen met de volgende som:
π * straal * straal = oppervlakte

Deze oppervlaktes deel je door elkaar.
Oppervlakte van de vorm uit het recept / oppervlakte van jouw vorm = bakverhouding

Dan heb je de bakverhouding. Je kunt nu alle ingrediënten delen door de bakverhouding om te weten te komen hoeveel je van een bepaald ingrediënt nodig hebt voor jouw bakvorm.
Hoeveelheid ingrediënt in recept / bakverhouding = uiteindelijke hoeveelheid voor jouw vorm

En zo simpel is het! Hier nog een voorbeeldje voor het omrekenen naar zowel een kleinere als een grotere vorm:

Voorbeeld 1: Omrekenen naar een kleinere vorm

Je hebt een recept voor een ronde bakvorm van 30cm. Je wil deze omrekenen naar een bakvorm van 24 cm.

De diameter van van de bakvorm uit het recept is 30 cm, dus de straal (30/2) is 15. De diameter van jouw bakvorm is 24 cm, dus de straal (24/2) is 12.

3,14 * 15 * 15 = 706,50
3,14 * 12 * 12 = 452,16

Dan delen we de oppervlaktes door elkaar:
706,50 / 452,16 = 1,5625

De bakverhouding is dus 1,56. Dit betekent dat je alle ingrediënten dus door 1,56 deelt. 250 gram bloem wordt dan bijvoorbeeld 160,25 gram bloem (250 / 1,56 = 160,25).

Voorbeeld 2: Omrekenen naar een grotere vorm

Je hebt een recept voor een ronde bakvorm van 26cm. Je wil deze omrekenen naar een bakvorm van 28 cm.

De diameter van van de bakvorm uit het recept is 26 cm, dus de straal (26/2) is 13. De diameter van jouw bakvorm is 28 cm, dus de straal (28/2) is 14.

3,14 * 13 * 13 = 530,66
3,14 * 14 * 14 = 615,44

Dan delen we de oppervlaktes door elkaar:
530,66 / 615,44 = 0,8622

De bakverhouding is dus 0,86. Dit betekent dat je alle ingrediënten dus door 0,86 deelt. 250 gram bloem wordt dan bijvoorbeeld 290,69 gram bloem (250 / 1,86 = 290,697).

Vierkante bakvormen

Het omrekenen van vierkante bakvormen is nog makkelijker dan het omrekenen van een ronde. Ook hier gaan we eerst de oppervlakte bepalen. Dit doe je door de lengte maal de breedte te doen.

Lengte * breedte = oppervlakte

Ook hier doe je dit weer voor beide vormen en deel je de oppervlaktes op dezelfde manier weer door elkaar:
Oppervlakte van de vorm uit het recept / oppervlakte van jouw vorm = bakverhouding

En ook hier geldt:
Hoeveelheid ingrediënt in recept / bakverhouding = uiteindelijke hoeveelheid voor jouw vorm

Makkelijk toch? Ook hier weer twee voorbeeldjes voor het omrekenen naar een kleinere en een grotere vierkante vorm:

Voorbeeld 1: Omrekenen naar een kleinere vorm

Je hebt een recept voor een vierkante bakvorm van 23 x 30 cm. Je wil deze omrekenen naar een bakvorm van 24 x 24 cm.

23 * 30 = 690
24 * 24 = 576

Dan delen we de oppervlaktes door elkaar:
690 / 576 = 1,1979

De bakverhouding is dus 1,20. Dit betekent dat je alle ingrediënten dus door 1,20 deelt. 250 gram bloem wordt dan bijvoorbeeld 208,33 gram bloem (250 / 1,20 = 208,33).

Voorbeeld 2: Omrekenen naar een grotere vorm

Je hebt een recept voor een vierkante bakvorm van 24 x 24 cm. Je wil deze omrekenen naar een bakvorm van 28 x 28 cm.

24 * 24 = 576
28 * 28 = 784

Dan delen we de oppervlaktes door elkaar:
576 / 784 = 0,7346

De bakverhouding is dus 0,73. Dit betekent dat je alle ingrediënten dus door 0,73 deelt. 250 gram bloem wordt dan bijvoorbeeld 342,47 gram bloem (250 / 0,73 = 342,47).

Afronden

Als je een raar getal krijgt mag je best na de komma afronden, maar probeer de verhoudingen uit het recept wel enigszins gelijk te houden. 184,72 gram bloem mag je best afronden naar 185 gram. Een paar grammetjes kunnen meestal geen kwaad, maar mocht je een digitale weegschaal hebben is het zo makkelijk afmeten dat ik gewoon voor de meest dichstbijzijnde hele gram zou gaan. In het geval van 186,72 gram zou ik dus gewoon afronden naar 187 gram en niet 186 gram (of zelfs 190 gram).

Waar je rekening mee moet houden

Let er dus op, ongeacht of je er wel of niet voor kiest om om te rekenen, dat de baktijden kunnen variëren wanneer je een andere maat bakvorm gebruikt. Hier kan ik je helaas geen makkelijk sommetje voor geven en zul je vooral op gevoel moeten doen. Bij cakes en muffins kun je zien of ze gaar zijn wanneer na het prikken van een satéprikker in het midden van je baksel deze er schoon uit komt. Vaak kun je ook aan het oppervlak van het baksel zien hoe ver hij is. Experimenteer hier gewoon een beetje mee en je leert het vanzelf wat beter aanvoelen!

Dit artikel heb ik geschreven in anticipatie op een recept dat ik later deze week zal posten, waar een beetje een gek formaat bakvorm voor nodig is. Je kunt deze sommetjes gebruiken voor elk recept waar een bakvorm voor nodig is. Superhandig en helemaal niet moeilijk!

Hint voor de blogpost die later deze week online komt: Het is zowel hartig als zoet, er zit drank in èn het bestaat uit een combinatie van twee briljant lekkere dingen die allebei met een B beginnen. Benieuwd? Hou mijn blog in de gaten!