Recept omrekenen naar grotere/kleinere bakvorm

Soms kom je recepten tegen waar een andere maat bakvorm wordt gebruikt dan dat je misschien in de kast hebt liggen. Ik heb een heel krat vol met bakblikken, maar toch overkomt het mij ook nog vaak genoeg dat ik niet de maat heb die er in een recept gezocht wordt. Het kan dan handig zijn om het recept om te rekenen naar jouw formaat bakvorm. Soms lijkt het verschil wanneer je twee vormen naast elkaar hebt niet zo heel groot, maar maakt dit uiteindelijk – na het omrekenen – best wel een redelijk verschil.

Op zich hoef je een recept niet per se om te rekenen

Je kunt vaak prima een recept in een andere maat bakvorm bakken zonder dat er wat geks gebeurt. Het is alleen zo dat wanneer je een kleinere bakvorm gebruikt dan uit het recept, je baksel hoger wordt dan wanneer je deze in een grotere vorm zou bakken. Hetzelfde geldt andersom voor het gebruiken van een grotere vorm, dan wordt je baksel gewoon iets lager dan het baksel uit het recept. Let wel dat een lagere cake ook sneller gaar is (en andersom), dus bak je baksel in dat geval in eerste instantie iets korter. Je kunt altijd nog baktijd toevoegen, maar een verbrande cake kun je helaas niet meer ongedaan maken! Bij een kleinere bakvorm is het opletten geblazen dat je je bakvorm niet te vol gooit, anders rijst je baksel letterlijk de pan uit. Vuistregel is dat je een bakvorm tot ongeveer 2/3 veilig kan vullen.

Als je wel besluit om om te rekenen, bijvoorbeeld omdat je gewoon graag wilt dat je baksel even hoog wordt als het recept, kun je de volgende rekensom gebruiken. Geloof me, het is makkelijker dan je zou denken!

Ronde bakvormen

Neem de straal van je bakvorm. De straal is de diameter gedeeld door twee. Vaak staat de diameter van een bakvorm op de bodem. Zo niet, kun je over het midden van de bakvorm met een meetlint meten wat de diameter is. Eigenlijk vermenigvuldig je met pi, maar als je dat handiger vindt of de rekenmachine die je gebruikt geen pi tekentje heeft, kun je ook gewoon 3,14 gebruiken.

Dus, eerst meten we de oppervlakte van beide bakvormen met de volgende som:
π * straal * straal = oppervlakte

Deze oppervlaktes deel je door elkaar.
Oppervlakte van de vorm uit het recept / oppervlakte van jouw vorm = bakverhouding

Dan heb je de bakverhouding. Je kunt nu alle ingrediënten delen door de bakverhouding om te weten te komen hoeveel je van een bepaald ingrediënt nodig hebt voor jouw bakvorm.
Hoeveelheid ingrediënt in recept / bakverhouding = uiteindelijke hoeveelheid voor jouw vorm

En zo simpel is het! Hier nog een voorbeeldje voor het omrekenen naar zowel een kleinere als een grotere vorm:

Voorbeeld 1: Omrekenen naar een kleinere vorm

Je hebt een recept voor een ronde bakvorm van 30cm. Je wil deze omrekenen naar een bakvorm van 24 cm.

De diameter van van de bakvorm uit het recept is 30 cm, dus de straal (30/2) is 15. De diameter van jouw bakvorm is 24 cm, dus de straal (24/2) is 12.

3,14 * 15 * 15 = 706,50
3,14 * 12 * 12 = 452,16

Dan delen we de oppervlaktes door elkaar:
706,50 / 452,16 = 1,5625

De bakverhouding is dus 1,56. Dit betekent dat je alle ingrediënten dus door 1,56 deelt. 250 gram bloem wordt dan bijvoorbeeld 160,25 gram bloem (250 / 1,56 = 160,25).

Voorbeeld 2: Omrekenen naar een grotere vorm

Je hebt een recept voor een ronde bakvorm van 26cm. Je wil deze omrekenen naar een bakvorm van 28 cm.

De diameter van van de bakvorm uit het recept is 26 cm, dus de straal (26/2) is 13. De diameter van jouw bakvorm is 28 cm, dus de straal (28/2) is 14.

3,14 * 13 * 13 = 530,66
3,14 * 14 * 14 = 615,44

Dan delen we de oppervlaktes door elkaar:
530,66 / 615,44 = 0,8622

De bakverhouding is dus 0,86. Dit betekent dat je alle ingrediënten dus door 0,86 deelt. 250 gram bloem wordt dan bijvoorbeeld 290,69 gram bloem (250 / 1,86 = 290,697).

Vierkante bakvormen

Het omrekenen van vierkante bakvormen is nog makkelijker dan het omrekenen van een ronde. Ook hier gaan we eerst de oppervlakte bepalen. Dit doe je door de lengte maal de breedte te doen.

Lengte * breedte = oppervlakte

Ook hier doe je dit weer voor beide vormen en deel je de oppervlaktes op dezelfde manier weer door elkaar:
Oppervlakte van de vorm uit het recept / oppervlakte van jouw vorm = bakverhouding

En ook hier geldt:
Hoeveelheid ingrediënt in recept / bakverhouding = uiteindelijke hoeveelheid voor jouw vorm

Makkelijk toch? Ook hier weer twee voorbeeldjes voor het omrekenen naar een kleinere en een grotere vierkante vorm:

Voorbeeld 1: Omrekenen naar een kleinere vorm

Je hebt een recept voor een vierkante bakvorm van 23 x 30 cm. Je wil deze omrekenen naar een bakvorm van 24 x 24 cm.

23 * 30 = 690
24 * 24 = 576

Dan delen we de oppervlaktes door elkaar:
690 / 576 = 1,1979

De bakverhouding is dus 1,20. Dit betekent dat je alle ingrediënten dus door 1,20 deelt. 250 gram bloem wordt dan bijvoorbeeld 208,33 gram bloem (250 / 1,20 = 208,33).

Voorbeeld 2: Omrekenen naar een grotere vorm

Je hebt een recept voor een vierkante bakvorm van 24 x 24 cm. Je wil deze omrekenen naar een bakvorm van 28 x 28 cm.

24 * 24 = 576
28 * 28 = 784

Dan delen we de oppervlaktes door elkaar:
576 / 784 = 0,7346

De bakverhouding is dus 0,73. Dit betekent dat je alle ingrediënten dus door 0,73 deelt. 250 gram bloem wordt dan bijvoorbeeld 342,47 gram bloem (250 / 0,73 = 342,47).

Afronden

Als je een raar getal krijgt mag je best na de komma afronden, maar probeer de verhoudingen uit het recept wel enigszins gelijk te houden. 184,72 gram bloem mag je best afronden naar 185 gram. Een paar grammetjes kunnen meestal geen kwaad, maar mocht je een digitale weegschaal hebben is het zo makkelijk afmeten dat ik gewoon voor de meest dichstbijzijnde hele gram zou gaan. In het geval van 186,72 gram zou ik dus gewoon afronden naar 187 gram en niet 186 gram (of zelfs 190 gram).

Waar je rekening mee moet houden

Let er dus op, ongeacht of je er wel of niet voor kiest om om te rekenen, dat de baktijden kunnen variëren wanneer je een andere maat bakvorm gebruikt. Hier kan ik je helaas geen makkelijk sommetje voor geven en zul je vooral op gevoel moeten doen. Bij cakes en muffins kun je zien of ze gaar zijn wanneer na het prikken van een satéprikker in het midden van je baksel deze er schoon uit komt. Vaak kun je ook aan het oppervlak van het baksel zien hoe ver hij is. Experimenteer hier gewoon een beetje mee en je leert het vanzelf wat beter aanvoelen!

Dit artikel heb ik geschreven in anticipatie op een recept dat ik later deze week zal posten, waar een beetje een gek formaat bakvorm voor nodig is. Je kunt deze sommetjes gebruiken voor elk recept waar een bakvorm voor nodig is. Superhandig en helemaal niet moeilijk!

Hint voor de blogpost die later deze week online komt: Het is zowel hartig als zoet, er zit drank in èn het bestaat uit een combinatie van twee briljant lekkere dingen die allebei met een B beginnen. Benieuwd? Hou mijn blog in de gaten!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *