Mijn sleutelavontuur: Waarom ik een slechte inbreker zou zijn

Sleutelbos

Mijn sleutelbos is groot. Ik heb er sleutels van mijn werk, huis, auto, fiets en vader’s én moeder’s huis aan zitten. Alsof dat nog niet genoeg is heb ik deze uitstalling afgemaakt met ongeveer één extra sleutelhanger per sleutel en heb ik ook altijd een mini-meetlintje (je weet maar nooit) en een winkelwagenmuntje bij me.

Afijn, als ik in een tas naar mijn sleutelbos moet graaien duurt het vaak niet lang voordat deze boven komt drijven, al is het alleen maar omdat mijn sleutelbos vaak al rammelend de helft van de tas beslaat.

Laat ik nu net een kleine week terug naar mijn vriend hebben geroepen: “Eigenlijk zouden onze buren toch ook een sleutel van ons huis moeten hebben, voor het geval er wat gebeurt”. Voel je ‘m aankomen?

De dag daarvoor was ik met de bus geweest en had ik mijn fiets- en huissleutel van mijn sleutelbos ontkoppeld. Dit in het kader van ‘niet onnodig dingen meezeulen’, wat op zich een prima idee was. Ware het niet dat ik deze sleutels in mijn (rug)tas had gestopt in plaats van terug aan mijn sleutelbos te hangen.

Dagje buiten de deur werken

De volgende dag stapte ik dus vol goede moed met mijn werktas en laptop onder mijn arm naar buiten en trok ik de deur achter mij dicht (Noot: wij hebben zo’n deur die als ‘ie dichtvalt niet meer van de buitenkant open te maken is). Even rammelen met de sleutelbos om de juiste sleutel te vinden en… Oh jee. Die zat dus nog in mijn rugzak. Die in de kast stond.

Onze deur heeft tot overmaat van ramp zo’n rechtopstaande ovalen brievenbus waar geen Bol.com brievenbuspakketje doorheen past en menig postbode ongetwijfeld nachtmerries van krijgt. Dit was tevens de enige toegang tot de deurklink aan de binnenkant; De enige optie om de deur nog zonder sleutel open te krijgen.

Na ongeveer 40 minuten als een halve zool met mijn arm door de brievenbus lopen vissen (met bijbehorende periodieke scheldwoorden) ben ik toch maar naar mijn afspraak gegaan en heb ik daarna mijn vader geraadpleegd voor hulp. Hij was vol goede moed dat hij de deur wel open kon krijgen en kwam dan ook met me mee.

Paraplu’s, plastic en ijzerdraad

Eenmaal weer thuis aangekomen kwam ik op het idee om een paraplu te gebruiken. Briljant idee, mocht alleen niet baten. Mijn vader had ondertussen zijn auto leeggehaald op zoek naar bruikbare objecten voor andere inbraakmogelijkheden en had in het kader van ‘je moet toch wat’ onderweg nog een houten lat van een stapel grofvuil meegenomen.

De overbuurman kwam aan met een groot stuk ijzerdraad dat kunstig in een lus was gedraaid, maar ook dit ging door de plaatsing van de brievenbus helaas niet helpen. Ondertussen werden we wel heel raar aangekeken door allerlei voorbijgangers.

Op naar de tuin

Omdat we na een uur met 0% zicht door de brievenbus hengelen nog steeds terug bij af waren, besloten we te bekijken of we misschien door een andere deur of raam konden ‘inbreken’. Dat moest achterom gebeuren. De poort zit dicht met een schuifslot dat zowel omhoog als opzij moet worden gedaan (wat uiteraard van buitenaf niet te doen is). Met mijn vader’s ineengevouwen handen fungerend als trap waar ik mijn voet op kon zetten, ben ik toen over de schutting gaan hangen, heb ik de ijzerdraadlus om het schuifje gekregen en heb ik de lus door de poort gestoken zodat mijn vader de poort open kon trekken.

Potdicht

Brave burgers als mijn vriend en ik zijn zat alles potdicht, zowel met sleutel als met extra beveiliging en ook de ramen zaten netjes op slot gedraaid op de haak. Redelijk inbraakproof dus. Op het moment dat ik het positieve in probeerde te zien van het feit dat ik in ieder geval met 20% batterij in mijn laptop in de tuin kon afwachten totdat mijn vriend thuis zou zijn, kwam mijn vader op een idee om in de tuin te zoeken naar een geschikt inbraakobject.

Een dienblad

Mijn redding is uiteindelijk een oud dienblad geweest wat mijn vader uit elkaar heeft gesloopt, om zo met het latje door de brievenbus na heel veel moeite een klap te kunnen geven op de deurklink, die toen onder luid gejuich van zowel mijn vader als mij open schoot.

Ondertussen loop ik nog steeds met twee bont en blauwe armen rond, maar heb ik wel geleerd dat ons huis (indien goed op slot) een onpenetreerbaar fort wordt en een carrière voor mij als inbreker niet is weggelegd.

Oh, en dat de buren toch echt een sleutel moeten krijgen.

2 thoughts on “Mijn sleutelavontuur: Waarom ik een slechte inbreker zou zijn

  1. Holy moly, die foto van je arm! Wel goed om weten dat je huis behoorlijk inbraak-proof is. 😉
    Ik heb jaaaren geleden de deur eens achter me dichtgetrokken met m’n sleutel nog op het slot langs de binnenkant. Ik heb toen m’n meter gebeld, die op haar beurt een slotenmaker liet komen. Oeps…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *